Visie

I. STUDIE & KENNISVERSPREIDING

II. BEWUSTMAKING & BEÏNVLOEDING


III. BEMIDDELING & JURIDISCH ACTIVISME

VISIE

_____


WAT DOET DE VZW LAW?



Gelukkig zijn er meerdere verenigingen die zich inzetten voor het bestrijden van discriminatie, en voor het bekomen van meer inclusie en toegankelijkheid (denk aan Unia, Grip, Inter...; zie tabblad "bevriende organisaties").


Wij beogen samen te werken met deze bevriende verenigingen.


Het verschil met andere verenigingen is dat wij ons specifiek inzetten voor (alle) rolstoelgebruikers.


Daarenboven verschillen wij van andere verenigingen waar wij geen subsidies krijgen van welkdanige overheid en dus volledig onafhankelijk zijn.


Tot slot menen wij dat wij gelet op onze scholing en professionele achtergrond beschikken over ruime en specifieke juridische kennis en expertise.



Hoe streven wij de verwezenlijking van onze missie na? We doen dit door:






I. STUDIE EN KENNISVERSPREIDING







Wij willen een expertisecentrum zijn inzake rolstoeltoegankelijkheid, en een kenniscentrum aangaande redelijke aanpassingen en discriminatie (wat rolstoelgebruik betreft).


Wij zetten ons bovendien in om de bestaande wettelijke beschermingsmaatregelen ruimer KENBAAR te maken.


Rolstoelgebruikers weten onvoldoende waarop zij, qua toegankelijkheid, RECHT HEBBEN.


De maatschappelijke actoren weten anderzijds onvoldoende waartoe zij VERPLICHT ZIJN.






II. BEWUSTMAKING EN BEÏNVLOEDING







Veel mensen, ook beleidsmakers, beseffen niet hoe rolstoel-ontoegankelijk onze maatschappij wel is, en hoe tergend langzaam verbetering tot stand komt.


Vaak - ook heden nog - gaan belangrijke financiële middelen verloren louter door onwetendheid of onachtzaamheid (het achteraf moeten aanbrengen van aanpassingen is altijd duurder en minder goed dan het ab initio voorzien van toegankelijkheid).


Daarom willen wij werken aan grotere bewustwording. Wij willen particulieren en overheden wijzen op het ontbreken van rolstoeltoegankelijkheid en op het bestaan van oplossingen, en er tenslotte ook op toezien dat de problematiek van de ontoegankelijkheid niet uit de aandacht (van de overheid en van de maatschappelijke actoren) verdwijnt.


Een blijvende aandacht en aansporing is nodig.






III. ONDERHANDELING, BEMIDDELING EN JURIDISCH ACTIVISME







Bij het louter delen van kennis en informatie stoppen wij niet, en al evenmin bij bewustmaking en beïnvloeding.


Als iemand van onze doelgroep moeilijkheden ondervindt in het bekomen van redelijke aanpassingen kunnen wij bemiddelend optreden en onze expertise inzetten.


"Het onderhandelinsproces wordt omschreven als een interactief proces waarbij de inzet en medewerking van de beide partijen cruciaal is om tot een bevredigend eindresultaat te kunnen komen. Het proces wordt opgestart als de aanpassingsplichtige in kennis wordt gesteld of in kennis is van de nood aan aanpassingen. De partijen dienen hierna na te gaan of zij gebonden zijn door de redelijkeaanpassingenplicht. Dit is namelijk het geval als het individu een persoon met een beperking is en als de aanpassingsplichtige gebonden is door de ter zake dienende wetgeving. Vervolgens dragen beide partijen de verplichting om te goeder trouw te overleggen en gegevens over te maken omtrent hindernissen, noden en beschikbaarheid van middelen. Een tekortkoming in de verplichtingen kan gesanctioneerd worden.(A. D' Espallier, Redelijke aanpassingen, evenredigheid en de rol van de rechter, 2016, Die Keure, p.167).


Waar blijvende onwil is om redelijke aanpassingen te voorzien kan onze vereniging deze aanpassingen desnoods - in dossiers die zij zelf selecteert - ook JURIDISCH AFDWINGEN, als 'ultimum remedium'.


De nood aan dergelijke aanpak is (helaas) groot, zoals ook Unia heeft vastgesteld:










































Tot slot komt de VZW LAW ook zelf actief tussen om schendingen van de grondrechten van rolstoelgebruikers te detecteren en te signaleren.




HET DOEL VAN DIT ALLES


= CONCRETE VERANDERING OP HET TERREIN


 



T


citaten uit het jaarverslag van UNIA van 2017:

 

 

Op Europese fora ...wordt de Belgische antidiscriminatiewetgeving op verschillende punten aangehaald als voorbeeld, onder meer omwille van de uitgebreide lijst van beschermde criteria, het brede materiële toepassingsgebied, de stakingsvordering ‘zoals in kortgeding’ en de forfaitaire schadevergoeding.

 

In de praktijk stelt Unia echter vast dat er een grote kloof is tussen de doelstellingen van de wetgever van 2007 en de effectieve wetshandhaving en bescherming van slachtoffers, van wie de rechtspositie in het algemeen uiterst precair blijft omdat:

 

- …

 

- het in rechte optreden voor heel wat individuele slachtoffers, en verenigingen en representatieve organisaties, financieel onhaalbaar is door de proceskost, de drempels voor (gedeeltelijk) kosteloze rechtsbijstand en het procesrisico (i.e. de in het ongelijk gestelde partij betaalt een rechtsplegingsvergoeding);

 

- de beperkte forfaitaire schadevergoeding – vooral in geval van discriminatie bij de toegang tot goederen en diensten (1.300 of 650 euro voor morele schade) – een bijkomende ontradende factor vormt voor slachtoffers om hun rechten te laten gelden;

 

-…

 

Bij verenigingen en belangenorganisaties is er weinig juridisch activisme, hoewel zij mits drie jaar rechtspersoonlijkheid en bepaalde statutaire voorwaarden zelf in rechte kunnen optreden namens de groepen die zij vertegenwoordigen.

 

Uit consultaties van Unia blijkt dat dit gebrek aan juridisch activisme vooral het gevolg is van beperkte middelen en lage verwachtingen over de slaagkansen”.

 

 

Unia besluit: “…voor personen met een handicap is er – ondanks een zekere progressieve rechtsontwikkeling – nog een lange weg te gaan naar effectieve access to justice in geval van discriminatie of weigering van redelijke aanpassingen.”