Wat bij weigering

OPGELET! Er is pas sprake van een WEIGERING (van redelijke aanpassingen) als je eerst (redelijke) aanpassingen GEVRAAGD hebt !!


Start dus steeds eerst met EEN VRAAG OM AANPASSINGEN aan een ambtenaar, een privé-persoon, een bedrijf of een organisatie.


Maak dat je een SCHRIFTELIJK BEWIJS hebt van die vraag! (print van e-mailverkeer, een aangetekende zending, ...)


Bij weigering van redelijke aanpassingen kan je je steunen hetzij op de Discriminatiewet hetzij op het Vlaamse Decreet "gelijke kansen / gelijke behandeling".


De beide wetgevingen voorzien exact dezelfde procedure.


Er zijn 2 hypotheses mogelijk:




HYPOTHESE 1:

DE WEIGERING VAN REDELIJKE AANPASSINGEN GAAT UIT VAN EEN AMBTENAAR IN DE UITOEFENING VAN ZIJN AMBT






Voor een openbaar ambtenaar is het plegen van discriminatie wegens handicap (in de uitoefening van zijn of haar ambt) STRAFBAAR (met gevangenisstraf van 2 maanden tot 2 jaar, zie artikel 23 van de Discriminatiewet en artikel 32 van het Vlaamse Decreet "gelijke kansen / gelijke behandeling").


Gaat de weigering van redelijke aanpassingen dus uit van een ambtenaar die daartoe gehouden is, dan kan je gewoon naar de politie stappen en een proces-verbaal laten opstellen.


De politie dient proces-verbaal op te maken en zal dit dan aan het Openbaar Ministerie (het 'Parket') overmaken, waarna de zaak verder zal onderzocht worden.


Na het beëindigen van het onderzoek zal het Parket een beslissing nemen over eventuele vervolging van de betreffende ambtenaar.


Wie zich wil steunen op de strafwet kan ook andere wegen bewandelen (bv. het vatten van een onderzoeksrechter, of het rechtstreeks dagvaarden voor de correctionele rechtbank) maar raadpleegt hiervoor best een advocaat.


Voor andere personen (dan openbare officieren en ambtenaren, dragers of agenten van het openbaar gezag of de openbare macht) is het plegen van discriminatie op zich niet strafbaar (wél: het "aanzetten tot opzettelijke discriminatie, haat, geweld"...).


Als een zaak van discriminatie voor de strafrechter komt kan je ook een schadevergoeding vragen (zie hierover verder meer, zie onder B).


OPGELET: ook als het gaat over discriminatie door een ambtenaar, ben je niet verplicht om voor strafrechtelijke klacht te kiezen! Je kan ook kiezen voor de procedure zoals hieronder uiteengezet onder punt B.




HYPOTHESE 2:

DE WEIGERING VAN REDELIJKE AANPASSINGEN GAAT NIET UIT VAN EEN AMBTENAAR IN DE UITOEFENING VAN ZIJN AMBT, OF JE WIL NIET KIEZEN VOOR STRAFRECHTELIJKE VERVOLGING





Gaat het niet over een weigering tot redelijke aanpassingen door een openbaar ambtenaar, of wil je je niet tot de strafrechter wenden, dan kan je kiezen voor een eenvoudige procedure voor een burgerlijke rechter.


Aan de burgerlijke rechter kan je vragen:


1. dat een einde gemaakt wordt aan de weigering ("staking")en dat de wederpartij veroordeeld wordt tot het daadwerkelijk voorzien van de redelijke aanpassing;


2. dat een dwangsom wordt opgelegd aan de wederpartij (om deze te dwingen tot uitvoering van de redelijke aanpassingen);

3. dat je een schadevergoeding bekomt.



WAT TOEGANKELIJKHEID BETREFT zal het normaal de voorzitter van de

rechtbank van eerste aanleg zijn die moet aangesproken worden.



De PROCEDURE is eenvoudig:


a. Je stelt een verzoekschrift op met hierin de volgende gegevens (te vermelden op straffe van nietigheid):


1° de dag, de maand en het jaar;


2° de naam, de voornamen, het beroep en de woonplaats van de verzoeker;


3° de naam en het adres van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon tegen wie de vordering wordt ingesteld;


4° het voorwerp (onderwerp):
- vraag je een staking van de discriminatie (dus dat een einde gemaakt wordt aan de weigering tot het voorzien van redelijke aanpassingen) en dat de wederpartij veroordeeld wordt tot het daadwerkelijk voorzien van de redelijke aanpassingen?

en:

- vraag je dat een dwangsom aan de tegenpartij wordt opgelegd (om deze te dwingen tot uitvoering van de redelijke aanpassingen)?

en/of:

- vraag je een schadevergoeding, zo ja hoeveel? (zie hierover verder)


5° de uiteenzetting van de middelen (argumenten) van de vordering.



b. Dit verzoekschrift moet je 4 keer kopiëren (!) en ondertekenen, en ofwel 4 exemplaren neerleggen op de griffie van de bevoegde rechtbank ofwel 4  exemplaren aangetekend opsturen naar die griffie.


De griffier waarschuwt "onverwijld" de tegenpartij en nodigt haar uit te verschijnen op zijn vroegst 3 dagen en uiterlijk 8 dagen na het verzenden van de gerechtsbrief, waarbij een exemplaar van het verzoekschrift is gevoegd.


Voor een model van dergelijk verzoekschrift: zie tabblad "Documentatie".